De Spaanse Rosalía is dè gevierde popartieste van haar generatie. Onlangs gaf ze een concert in Berlijn. Iedereen danste. Maar in Berijn had men voor Rosalía ook graag op de knieën willen vallen.

Ze steeg hoog op naar de hemel en daalde vervolgens weer diep af naar de hel; het ging over leven en sterven en reïncarnatie; het ging over liefde en toewijding en over woede en razernij; men zag vurige soevereiniteit en een kille wil om te heersen, maar ook wellustige onderwerping en een ongeremde overgave aan het ritme van de beats; het ging om de wens , de lasten van het lichaam achter zich te laten, om volledig op te gaan in de zuiverheid van de geest; en het volgende moment keerde de geest weer terug in het lichaam, om dit in al zijn schoonheid te laten stralen. Daar ging het allemaal om. En dat alles in twee uur.

Aan het einde was men even bezield als uitgeput.

Afgelopen vrijdag gaf de Spaanse zangeres en componiste Rosalía een concert in de Uber Arena in Berlijn en het was echt, echt buitengewoon. Als in Amsterdam stond ze op het podium met een groep dansers en midden in de zaal speelde een orkest van strijkers, blazers en percussionisten. Het decor bestond uit slechts enkele elementen: twee witte trappen die heen en weer werden geschoven. In het begin kwam Rosalía tevoorschijn uit een grote kubus die om haar heen werd uitgeklapt, waardoor, zoals te zien was op de camerabeelden van bovenaf die op twee grote schermen werden geprojecteerd, het beeld van een kruis ontstond.

Het christelijke kruis is het centrale symbool op het huidige album van Rosalía, Lux (2025), dat gaat over het verlangen naar religieuze verlichting en herbevestiging in tijden die koud en spiritueel vervreemd lijken. De concertavond was verdeeld in vier delen, met de eerste zes nummers van Lux aan het begin. In een tutu zong Rosalía over hoe mooi het zou zijn om tegelijkertijd op aarde en in de hemel te kunnen leven, in beide werelden: “In de eerste / seks, geweld en banden / bloedsport / munten op kelen / In de tweede / glans, duiven en engelen” (Sexo, Violencia y Llantas). In Reliquia wilde ze een relikwie voor haar geliefde zijn; hier verstijfde ze in haar beweging en liet ze zich door haar dansers wegdragen als een pop.

Vervolgens zong ze over de Verlosser die diamanten voor haar huilt (Mio Cristo Pinage Diamanti), en ten slotte bracht ze haar hit Berghain ten gehore, die gaat over hoe ze een geliefde wil behoeden voor zijn reis naar de hel door zijn woede over te nemen – “mijn woede is jouw woede” –, hier nu ook in het origineel gezongen in het Duits. Daarvoor had Rosalía inmiddels een zwart korset aangetrokken, en op haar hoofd droeg ze een versiering van veren die eruitzag als een duivelshoorn of als een in het midden gescheurd hart, en aan het einde ging het nummer over in een techno-nummer dat eigenlijk ook goed had gepast op de dansvloer in de echte Berghain, Berlijns bekendste club.

Zo werd de plechtige sfeer die het album Lux kenmerkt, voor het eerst doorbroken door een luchtigheid die je van deze avond helemaal niet had verwacht. Vervolgens mengde Rosalía ook diverse nummers van het vorige album Motomami (2022) in het programma, dat nog sterk beïnvloed was door Latin-pop en reggaeton en bracht ze zowel de mensen op het podium als in het publiek aan het dansen. Nu was ze plotseling geen naar verlichting en vergeestelijking strevende, lijdende vrouw meer, maar een rave-choreografe die haar lichaam even soeverein beheerste als alle andere lichamen om haar heen en die daarbij met een ondeugende glimlach en graag ook met uitgestoken tong uit de rol stapte die ze in het begin had aangenomen. Met superieure erotiek bespotte ze oninteressante en ontrouwe mannen en ze ironiseerde ook de strenge religiositeit van Lux – zonder deze aan de kaak te stellen.

Tijdens een fraai intermezzo vroeg ze een vrouw uit het publiek op het podium om haar de biecht af te nemen. Ze zaten nu allebei aan weerszijden van een traliewerk, en de vrouw vertelde Rosalía hoe ze onlangs wraak had genomen op een gemene man. Ze had hem op Tinder leren kennen, maar toen ze elkaar ontmoetten, beledigde hij haar vanwege haar leeftijd (51), en bovendien was hij lelijk, dus sleepte ze hem mee naar de rij voor de Berghain, en zij werd door de uitsmijter binnengelaten, maar hij niet. Groot gelach aan alle kanten. Misschien een suggestie voor een interessant nieuw genre: geklets – niet op het damestoilet, maar in de biechtstoel. Hoe Rosalía zich hier in ieder geval na de entree van een streng godvrezende priesteres tot een ondeugend begripvolle biechtmoeder ontpopte en de zware thema’s van haar Lux-album omzette in een werelds gesprek tussen vrouwen – dat alleen al was alle bewondering waard.

De hete tranen van Rosalía

Vervolgens zong ze haar hit CUUUUuuuuuute van het album Motomami – »Keep it cute, buddy, keep it cute / The best artist here is God« –, ze zong het midden in de zaal, omringd door haar orkest en daarboven liet ze onder het plafond een zwarte kubus heen en weer slingeren, waaruit stroboscooplampen flikkerden en witte rook kwam, het was dus in zekere zin een disco-wierookkubus. Zoiets zou je in plaats van de gebruikelijke discobal graag binnenkort in elke goede club aan het plafond zien hangen. Of in ieder geval in Berghain.

De 33-jarige Rosalía is nu de grootste popartieste van haar generatie. Wat betreft haar muzikale talent, haar stem, haar zelfverzekerdheid op het podium, de compositorische kracht en veelzijdigheid van haar muziek, haar vermogen om thema’s aan te snijden, erover na te denken en deze tijdens een concert op een geheel nieuwe manier te variëren – in al deze opzichten kan momenteel niemand haar evenaren. Aan het einde van het hoofdgedeelte van het concert zong ze het nummer Focu ‘ranni, dat gaat over een mislukte relatie. »Ik zal niet jouw (weder-)helft zijn / Nooit jouw bezit / Ik zal van mijzelf zijn / En mijn bezit«, luidt de tekst en aan het einde liet Rosalía zich vanaf haar podium op het podium achterwaarts vallen, zodat ze verdween alsof ze in een kist lag. Om vervolgens voor de toegift terug te keren naar het nummer Magnolias, dat gaat over haar eigen begrafenis: »Iedereen is gekomen / Zelfs mijn vijanden / Werp magnolia’s naar me toe« en ten slotte: »God daalt neer en ik stijg op / We treffen elkaar in het midden«.

Rosalía stierf dus minstens twee keer die avond en minstens twee keer stond ze weer op. De laatste keer huilde ze daarbij echte, hete tranen, zoals te zien was in de close-up die op de twee grote schermen naast het podium werd geprojecteerd. Die tranen waren natuurlijk net zo echt als ze nep waren, net zoals de religieuze verlichting die hier werd opgeroepen net zo echt was als ze nep was. Want dat God naar ons afdaalt terwijl wij naar Hem moeten opstijgen, dat is natuurlijk slechts een illusie. Maar niemand brengt zulke illusies vandaag de dag zo serieus en oprecht en tegelijkertijd met een ondeugende glimlach ten tonele als Rosalía.

Wat een avond. Wat een geluk om erbij te zijn geweest. En of ze later nog in de Berghain is gespot? Wie zal het zeggen.

Recensie in Die Zeit van 2 mei 2026 door Jens Balzer

Vertaald door Ritz Mollema

No responses yet

    Leave a Reply

    Your email address will not be published. Required fields are marked *